WETENSCHAP ALS BEVRIJDING

C.W. Rietdijk: Wetenschap als bevrijding - Socratisch gesprek met een gedreven maatschappij- en cultuurcriticus, Kampen 1997. 255 pp. ISBN 90 391 0720 3 (uitverkocht).

front2 "Mag iemand in onze vrije, democratische maatschappij ooit een onorthodox standpunt erop na houden?", vroeg Socrates tijdens het vooronderzoek aan [rechter] Anytus.

"Natuurlijk wel", luidde het antwoord. "Er bestaat hier volledige vrijheid van meningsuiting. De mensen mogen best een onorthodox standpunt erop nahouden, mits het maar een orthodox onorthodox standpunt is."

Joseph Heller, Verbeeld je, p. 264


Vroeger ontleenden de meesten hun zekerheden en innerlijke veiligheid aan God of de Natie. De moderne mens heeft die verruild voor "de groep", "de anderen". Daarom is hij weer net zo bang om de spraakmakende gemeente voor het hoofd te stoten als hij vroeger was voor God of de autoriteiten. Bovendien wil hij niet weten dat de groep niet altijd te goeder trouw is - zoiets wilden onze voorouders immers ook niet horen over hún God, want dan was Hij geen veilig steunpunt meer... Bij het vorige sluit aan dat de censuur van weleer werd vervangen door collectieve taboes. Dit boek gaat deels over wat door zulke taboes onbespreekbaar werd gemaakt - om gevestigde belangen en denkgewoonten te beschermen. Door juist dat onbespreekbare te onderzoeken, denk je na over waar tot nu toe bijna niemand over nadacht. De gevolgen laten zich raden...


S.W. Couwenberg merkte eens op: "We zijn in dit land dol op dissidenten, maar ze moeten wél een flink eind uit de buurt zijn". Wim Rietdijk is zo'n dissident. Staatsrecht-deskundige Wim Couwenberg, VPRO-journalist-socioloog Kees Sluys, VU-filosoof-politicoloog Henk Woldring, kunsthistoricus Bob van den Boogert, uitgever Dirk Bakkes en neerlandicus Marcel van den Boogert (redacteur van respectievelijk een religieus en een literair tijdschrift) stellen hem in dit boek - vaak uitdagende - vragen. Rietdijk antwoordt taboe-doorbrekend inzake onder meer onbegrijpelijke kunst, misdaad, buitenlanders, genetisch "zwakkeren" en de zin van het bestaan. Hij komt tot een samenhangende cultuurtheorie die weinig vleiend is voor onze "relatiocratie". Ook laat hij zien hoe velerlei opzettelijk troebel gemaakte wateren redelijkheid en moreel denken inderdaad vertroebelen.
      Verre van verbitterd, ziet deze dissident-natuurkundige de toekomst optimistisch tegemoet, vooral met het oog op technisch-wetenschappelijke ontwikkelingen. Die hebben overigens ook het doodzwijgen van zijn kritiek achterhaald, nu een uitvoerige site op Internet over zijn hoofdwerk The Scientifization of Culture (Van Gorcum, Assen, 1994) tientallen bezoekers per dag trekt: The Scientifization of Culture.
      Hij verwijt onze intelligentsia dat zij de aansluiting miste bij de belangrijkste innoverende kracht van nu, die de techno-science inderdaad vormt, én dat ze - júist door modieus conformisme - weinig substantieels heeft te melden. Ook zij wil geborgenheid bij "de groep", zoals vroeger bij de Kerk.
      Wie carrière zoekt, ontziet de orthodoxie. Zó werd ons maatschappelijk denken steriel. Als 80% van de multi-miljardensteun aan de boeren bij de 20% rijksten belandt, houden alle Kamerleden hun mond, evenals "neo-marxistische" pseudo-opposanten. Churchill zag het al: "Openlijke tirannie is gemakkelijker te verdragen dan quasi-liberale huichelarij". Dáár zitten we volgens Rietdijk nu middenin...


In zijn Voorwoord bij Wetenschap als bevrijding merkt Couwenberg op:
"In de jaren negentig is het de maatstaf van politieke en culturele correctheid - een eigentijdse versie van wat in de rooms-katholieke traditie het zedelijk goede heet - die in de praktijk remmend werkt op de vrijheid van meningsuiting en discussie. Hoe kan het ooit wat worden met de vrije meningsuiting in dit land, zo verzucht M. Chavannes in zijn Kroniek in NRC Handelsblad van 20 mei 1992. Of het nu de emancipatie, de ontwikkelingshulp of het zogenaamde minderhedendebat is, de marge waarbinnen men zonder paria-risico in het openbaar kan spreken is zo flinterdun dat van een vrije gedachtenwisseling zelden sprake is, aldus deze journalist.
      Iemand die onbevreesd dit paria-risico genomen heeft en zich niets aantrekt van wat als politiek of cultureel correct geldt, maar ronduit zegt wat hij denkt, is de wis- en natuurkundige dr C.W. Rietdijk. Zijn werk stuit dientengevolge veelal op een muur van doodzwijgen. (...) Vandaar dat hij genadeloos de verborgen motieven en belangen blootlegt achter heersende ideologieën, conventies, tradities en taboes, en de integriteit van de daarbij betrokken groepen en personen onderuithaalt. (...) Denkers als Rietdijk, hoe irritant voor menigeen ook, zijn het zout in de intellectuele pap."
      Tot zover Couwenberg.


Rietdijks maatschappij- en cultuurtheorie kan in een aantal punten worden samengevat:

1. Er is wel degelijk een (opgaande) lijn, een rode draad, in de geschiedenis. Die bestaat vooral hierin:
a) De rede, 's mensen intelligentie, werd in de loop der eeuwen bewuster, "gearticuleerder" en op steeds meer terreinen toegepast. Denk aan wetenschap, techniek en maatschappelijk-economische organisatie. De organisatie van wensbevrediging werd verfijnder.
b) De moraal werd rationeler: meer geluk voor meer levende wezens, en bestrijding van leed, werden althans "officieel" het doel ervan. Daardoor ging men redelijker denken over seksualiteit, emancipatie, abortus, euthanasie, andere rassen, niet-redelijke conventies en "de eer van het vaderland".
c) Ons emotionele leven werd - door meer ontwikkeling, door literatuur, door meer vrije tijd, door reclame, door de moderne media,... - eveneens bewuster, "gearticuleerder" en samenhangender, minder primitief. Niet alleen het bijgeloof werd teruggedrongen, maar ook het "bijgevoel:" in "de Moeder Gods", in conventie en in het Vaderland. Natuurlijk zijn er recente ontsporingen - nazisme, de religie van het Proletariaat, secten,... -, maar globaal werd de westerse mens ook gevoelsmatig ontwikkelder.

2. In tegenstelling tot de meeste huidige intellectuelen, komt Rietdijk via redelijke argumentatie tot de aanvaarding van objectieve criteria voor goed en kwaad. Goed is wat per saldo het totale leed vermindert en/of het geluk doet toenemen. Valt in enigerlei situatie niet redelijk of intuïtief te vermoeden hóe dat kan, dan is moraal op het probleem in kwestie niet van toepassing. Deze ethiek houdt ook in dat alle niet redelijk te funderen conventies - over seksualiteit, euthanasie, "het vaderland",... - elke verplichtende autoriteit missen.

3. De dynamiek en conflicten in de maatschappij, evenals culturele tegenstellingen, berusten in de grond slechts op één wezenlijke controverse: die tussen krachten die werken vóór (belang hebben bij) de onder (1) genoemde rode-draad-evolutie en groepen die zich daar bewust of onbewust juist tégen keren. De eertijdse tegenstelling tussen de Verlichting en adel en geestelijkheid - die zeer onverlichte privileges en machtsposities verdedigden - vormt een duidelijk voorbeeld.

4. Het centrale probleem hierbij in onze moderne samenleving is nu dat - uit puur zelfbehoud - de huidige varianten van adel en geestelijkheid - d.w.z. velerlei in-crowds, bureaucraten, ideologen, belangengroepen,... - hun verzet tegen de "rode draad van verlichting" onbewust verhullend hebben verpakt in fraai-klinkende leuzen. Ze gaan - alweer onbewust - heel indirect te werk:
a) Ze zeggen niet openlijk: "Wij voelen niet veel voor de rede, en zeker niet voor de toetsing van wáárden erdoor", maar: "De kracht en het belang van de rede zijn zeer beperkt, want de wereld en de mens zijn níet redelijk, irrationeel, en bovendien staan waarden los van feiten en zakelijke argumentatie".
b) Ze keren zich niet openlijk tegen de ontmaskering van taboes, misstanden en politiek correcte dogma's door rede en/of moraal, maar beweren dat goed en kwaad en deels de waarheid relatief zijn, omdat elk argument zou staan of vallen met (doorgaans vaag gehouden) niet-rationele "premissen" of uitgangspunten. Keerde vroeger de censuur zich tegen ongewenste argumenten en ideeën, tegenwoordig zegt men dat ze - door zulke "premisssen" - subjectief zijn, eigenlijk op geloof berusten, en dus in feite elke dwingende kracht missen. Waarheid en moraal worden niet meer via de gevangenis bestreden, maar door de bewering dat ze niet erg relevant zijn doordat ze niet objectief bestaan - op zichzelf een humanisering van de malafide machtsuitoefening. Men hanteert nu een meer indirecte, "filosofische" manier om troebele wateren in stand te houden.
c) Ze stellen niet: "We willen de mensen dom houden, conformistisch en meer op consumptie gericht dan op nadenken", maar voelen instinctief dat dit doel in onze "anti-autoritaire" tijd veel beter indirect kan worden benaderd. Namelijk door een "onderwijsvernieuwing" die kennisoverdracht, individuele prestatie en discipline verdacht maakt en "het sociale en spontane" aanmoedigt: een mensentype dat "zich gemakkelijk laat gaan". Zo krijg je ook wat David Riesman noemde "de door anderen bepaalde mens".

5. In aansluiting op (4) a) en b) wedijveren Heidegger en Foucault, postmodernisme en veel onsamenhangende, "abstracte" kunst dan ook in het suggereren van de stelling: "De wereld is incoherent, de mens is irrationeel, goed en kwaad zijn subjectief en/of betrekkelijk, en daardoor kan vooruitgang niet bestaan en zéker niet worden bewerkt via rede en moraal".
      Wel, dat is fijn voor conservatieven én voor iedereen die corrupt is: net zoals toen rede en moraal nog op ándere wijze werden bestreden of verminkt, bijvoorbeeld door de Farizeeërs of door adel en geestelijkheid. Wie macht bezit of profiteert zit aangenaam, en over wat redelijk, goed of kwaad en vooruitgang zijn kun je lang twisten...
      Geen wonder dat die Heideggers, Foucaults, postmodernisten en kunstenaars die geen verschil maken tussen onder en boven razend populair zijn. 't Is welhaast taboe om even te denken aan "de nieuwe kleren van de keizer"...

6. Socioloog Helmut Schelsky stelde dat ideologen en andere "Heilsherrschaften" onwelwillend tegenover de techniek plegen te staan omdat deze 's mensen afhankelijkheid van de overmacht van de natuur verkleint. En door een geringere afhankelijkheid daarvan is die mens minder geneigd zijn steun en toevlucht te zoeken bij sociale of religieuze heilsboodschappen. We zagen dat in moderne welvaartsstaten ook inderdaad.
      In het kader van zijn theorie over indirect werkende anti-rode-draadkrachten breidt Rietdijk deze gedachte uit: ideologen, machtsstrevers, in-crowds,... zijn onbewust niet alleen tegen de techniek als "onafhankelijk-maker", maar ook tegen het idee überhaupt dat rede en moraal een fundamenteel innerlijk steunpunt voor de mens kunnen vormen én de wereld grondig kunnen verbeteren. Ze prediken onzekerheid, relativisme, onmaakbaarheid en de onmogelijkheid van vooruitgang. Die vormen de grote ideologische mode - ook in moderne kunst en filosofie - en maken de mens afhankelijk, angstig, op "de anderen" gericht in zijn onzekerheid. In feite zeggen in díe geest Heidegger, James Joyce, Karel Appel, Richard Rorty, Lyotard, Joseph Beuys en Gerrit Kouwenaar allemaal het zelfde, hoe "origineel", "authentiek", "diep" en "vernieuwend" ze ook heten in de Culturele Supplementen die de huidige orthodoxie uitdragen, die ze ver verheven achten boven het bijgeloof en de "keizers zonder kleren" van weleer. Een orthodoxie die zelfs voor "progressief" doorgaat, ondanks de centrale suggestie dat de mens niet kan of moet streven naar het onder rationele en morele controle brengen van het lot. Naar wat altijd de kern was van "links": de mens neme zijn leven intelligent in eigen hand, los van de autoriteit van historische, conventionele of subjectief-willekeurige denkgewoonten, omstandigheden en voorkeuren.

7. Wat in (4) en (6) werd gesteld wordt nog waarschijnlijker door een merkwaardige omstandigheid. Velen lachen om Lucebert, Karel Appel en John Cage bij privé-contacten, maar zelden doet iemand dat in het openbaar. Daartegen bestaat blijkbaar een ook alweer onbewust aangevoeld taboe, waarvan men beseft dat het met het oog op status en carrière niet raadzaam is, het te schenden. Dit stemt overeen met de gedachte dat wat de genoemden uitdragen, ergens past in een orthodoxie die ook hier belangen beschermt: rede en moraal met nieuwe middelen ondermijnt.
      In het bijzonder is incoherente "moderne" kunst wat betreft anti-rode-draad-portee ook te vergelijken met de (eertijdse) seksueel repressieve moraal. Beide hebben een typisch anti-katharsische, anti-bewustmakende (dus inderdaad anti-verlichte) strekking inzake emoties. De eerste door "speelse ontregeling", ongerichtheid en het juist níet focusseren van gevoelens (ontroeringen), de tweede door het frustreren van de katharsis bestaande uit bewustmakende prikkeling en bevrediging van een centraal en veelzijdig instinct.

8. Onze intelligentsia heeft merendeels goede banen in instituten en is geïntegreerd in het establishment, wat een instinctieve voorkeur stimuleert voor conservatisme. Onze beleidsmedewerkers en advieslichamen-bevolkers, onze "nieuwe klasse" van bureaucraten en onze Derrida's, Sloterdijks, Rorty's, Lyotards, Stockhausens, PC-Hooftprijs-uitdelers en Poetry-organiseerders zíjn in-crowds en establishment! Geen wonder dat de "denkers" onder hen orthodoxieën uitdragen. Zij vormen ergens ónze priesterkaste. Trouwens, als ze de rest van het establishment onwelgevallig waren, zouden ze doodgezwegen eenlingen zijn in plaats van alle publiciteit te krijgen die écht onafhankelijke ideeënvormers zelden te beurt valt.
      Het zij benadrukt: juist dát het gaat om een orthodoxie, waarop publieke kritiek wordt genegeerd en ook zelden geuit, wekt wantrouwen: waarom zeggen zóveel filosofen en zóveel kunstenaars al zólang hetzelfde? Over de beperktheid van de rede, over de subjectiviteit van waarden en over de uiterste betrekkelijkheid daardoor van vooruitgang zowel als ontmaskering - terwijl dit alles toevallig precies past bij het belang van elke macht of privilegehouder die het licht en het verlichte schuwt.
      Geen wonder dat onze intelligentsia met haar anti-"naturalistische" filosofieën in al haar "progressiviteit" compleet de aansluiting miste bij de revolutionaire kracht van onze tijd: de technisch-wetenschappelijke stroomversnelling. Ze heeft bovendien nauwelijks iets nieuws te zeggen: vrijwel alles past in de genoemde orthodoxie, die met weinig woorden kan worden beschreven...

9. In het kader van de onder (8) aangeduide verkalking van het alfa- en gamma-denken past ook een verstarring van de beelden van "links" en "rechts". Waarom bijvoorbeeld zouden niet de volgende "linkse" en "rechtse" gedachten in één coherente pro-rode draad-visie kunnen worden geïntegreerd:
a) Conventies, het historisch gegroeide en de traditionele moraal - onder meer over seksualiteit, euthanasie en genetische manipulatie bij de mens - moeten kritisch-redelijk worden onderzocht op hun vermogen, leed te beperken en geluk te bevorderen; ze ontlenen geen gezag aan hun ouderdom.
b) Prestatie, discipline in het onderwijs, uitgestelde bevrediging en een veel hardere aanpak van habituele criminelen, asocialen en verslaafden dienen het welzijn van de grote meerderheid, doordat de eerste drie vooruitgang plegen te versnellen en zo'n harde aanpak vele potentiële slachtoffers beschermt en overlast terugdringt.
c) Eugenetica en kwaliteitsverhogende genetische manipulatie bij de mens passen als normale onderdelen in de vooruitgangsgedachte; waarom zou de mens zelf moeten worden uitgezonderd van het streven van links om hem zijn lot intelligent in eigen hand te doen nemen en de kwaliteit van het leven te verbeteren?

10. Diezelfde verkalking komt tot uiting in de eenvormigheid in onze cultureel-maatschappelijke discussie, waar vrijwel uitsluitend nog cliché-matige, politiek correcte meningen worden geuit, zoals:
a) "Misdaad komt voort uit werkloosheid, armoede en slechte behuizing"; dit terwijl grootschalig onderzoek met adoptiekinderen - onder anderen door R. Cloninger en door S.A. Mednick - reeds lang aantoonde dat de genetische factor duidelijk belangrijker is.
b) "Alle mensen zijn gelijkwaardig; er bestaan bijvoorbeeld geen domme en luie leerlingen". (In feite vormen deze het centrale probleem in het onderwijs.)
c) "Eugenetica is iets dat hoort bij de nazi's" [die nota bene het meest begaafde ras trachtten uit te roeien] "en is verder ook heel slecht."
d) "Als er een vormfout van belang is gemaakt, moet je die niet ter plekke herstellen, maar de onverlaat in kwestie vrijlaten. Bovendien moeten beklaagden het recht hebben, niet mee te werken aan het onderzoek door bijvoorbeeld te zwijgen."
e) "Er is in de afgelopen eeuwen weinig of geen vooruitgang geboekt op het vlak van moraal en menselijk geluk."
f) "De multiculturele samenleving is een zegen" [de 50% Nederlanders die hier juist tevéél buitenlanders aanwezig achten, hoor je niet] "en het is onfatsoenlijk, te zeggen dat de buitenlanders de misdaad verdubbelden en Derde-Wereld-getto's bevorderen, mede omdat ze zo vaak ook Derde-Wereld-waarden en Derde-Wereld-IQ's [welke laatste meestal lager zijn] met zich meebrachten."


In meer dan één recensie van zijn eerdere werk werd Rietdijk vergeleken met Voltaire. Althans wat betreft zijn gebrek aan respect en het aantal van zijn vijanden klopt dat aardig. We geven nu een aantal citaten uit Wetenschap als bevrijding, waarvan sommige enigszins zijn gecomprimeerd. (De vragenstellers in het boek sparen Rietdijk overigens niet, wat de intensiteit van de discussie ten goede komt: eerst enkele illustraties daarvan; in de daaropvolgende citaten is Rietdijk aan het woord.)

Couwenberg: "Je schrijft telkens opnieuw heel generaliserend en negatief over de alfa- en gamma-wetenschappen." En: "Religieuze orthodoxie interpreteer je als een anti-rode-draad-fenomeen. Toont jouw visie op leven en evolutie ook niet zekere orthodoxe trekken?" Verder: "Hebben sommigen geen sterke troef als ze menen dat jij je hand overspeelt door op vele terreinen waarvan zelfs deskundigen maar een beperkt deel beheersen, met vérstrekkende theorieën en radicale in-gebreke-stellingen te komen?"

De gebroeders Van den Boogert: "(...) hebben wij er ons altijd over verbaasd dat je als rationalist zo stellig overtuigd kunt zijn van het bestaan van paranormale verschijnselen ('psi-ervaringen')." En: "Komt jouw visie op het paranormale, het toeval, de zin van het bestaan en een morele orde niet een beetje neer op een teruggaan naar de voor-wetenschappelijke tijd waarin men de wereld en het leven zag als een bezield en organisch geheel dat niet of niet geheel wetmatig-causaal functioneerde?"

Woldring: "Bovendien viel het mij sinds lang op dat velen mét mij je rationalisme en de verantwoording daarvan als je achilleshiel beschouwen, want critici vallen je dáár steeds weer op aan, en gaan meestal voorbij aan wat je verder te zeggen hebt. Voel je dat zelf niet als een wat kwetsbaar punt in je denken?"

"Het is tot daaraan toe als mensen ménen dat de wereld ongedetermineerd, toevallig en chaotisch is en dat vele wateren dus troebel en vele gotspes ongecorrigeerd zullen moeten blijven. Maar het is onvergeeflijk als menigeen dat zelfs niet betréurt. Wie daarom boos wordt als ik incoherente kunst of Lyotard aanval, in plaats van dat hij reageert met: "ik wilde dat je gelijk had", verraadt weinig goeds..."

"Zulke verschillende zaken als misdaad(bestrijding), onderwijsproblemen, moderne kunst en filosofie, sexuele taboes, antisemitisme, censuur, de "nature-nurture"-controverse en ideologieën over gelijkheid en macht blijken via de theorie van "de rode draad versus weerstanden daartegen", te passen in een samenhangend en eenvoudig geheel. Dat harmonieert met Einsteins formulering: "Wetenschap beoogt, zoveel mogelijk verschijnselen te verklaren met zo weinig mogelijk hypothesen". Alleen al door het grote verklarend vermogen van de rode-draadgedachte, waarin ook een bepaalde moraal is geïntegreerd, wordt het duidelijk dat waarden wel degelijk zijn verbonden met feiten: slechts de moraal van optimalisering van geluk draagt via de "rode draad" bij tot de coherente en eenvoudige verklaring van vele maatschappelijke feiten en ontwikkelingen."

"Bovendien: als recht, waarden en doelstellingen niet zijn gebaseerd op enig objectief goed, resten alleen macht, willekeur en conventie als hun legitieme bronnen."

"Mijn oplossing [voor het drugsprobleem] zou zijn: verplaats het beleid praktisch volledig naar gedwongen afkicken en laat degenen bij wie dit niet lukt rustig sterven aan overdoses. Verslaafden parasiteren op de samenleving en geven vaak overlast. (...) Het wezenlijke voordeel van mijn oplossing is dat de verslaafden makkelijk zijn te vinden en de handelaren nauwelijks."

"Zodra het niet meer als toeval vermomd, in grijs verstopt, in het onuitgesprokene verpakt of door verdringing of taboe beschermd kan bestaan, geraakt het inferieure in een kritieke situatie."

"Ik word bijvoorbeeld een beetje onwel van de veelgehoorde term "realisme". Realisme tegenover Bouterse, tegenover Iran, tegenover de Bosnische Serviërs, tegenover institutionalisering, tegenover genetische mislukkingen, tegenover corruptie en tegenover wreedheid en tekort aan integriteit in het algemeen.
      Ik had misschien nog oog en oor kunnen hebben voor het verwijt dat je "zonder dat realisme terechtkomt bij Calvijn en Robespierre", als ik niet had gemerkt dat onze "realisten" helemáál niet met enig probleem zitten. Als het zo was dat ze na alwéér een vrijlating door "cellentekort" in hun bed lagen te woelen om na veel strijd en pijn te concluderen: "Het is verschrikkelijk, maar het kan niet anders, willen we niet terechtkomen bij Calvijn en Robespierre." Nee, in werkelijkheid interesseren onze realisten en appeasers zich veel meer voor Ajax, CAO's, "gelijke kansen" in het onderwijs en voor "de rechtsstaat". En in hun versie daarvan móet je nu juist onverlaten vrijlaten als er geen aparte cel beschikbaar is, al was het maar voor een uur. Trouwens, ik denk eigenlijk dat al die appeasement en dat realisme niet zozeer leiden tot het afwenden van Calvijn en Robespierre alswel tot München en Srebrenica..."

"Door hun incoherentie zijn bijna alle "avant-gardisten" experts in het níets zeggen. Door die incoherentie produceren ze een prestigieuze vorm van wartaal die demonstratief in tegenstelling staat tot zinvolle expressie. Tot ontroering, zin, argumenten en morele bewogenheid. (...) Ze maken de steriliteit - het nergens naar toe gáán of zelfs wíllen -, dus de ongerichtheid en het "poly-interpretabele", tot program."

"Terwijl het wezen van religie bestaat uit bezig zijn met vérstrekkende samenhang en verbanden, bejubelen populaire boeken erover toeval, het subjectieve en het onzekere..."

"Veel narigheid ontstaat eruit dat op het menselijk tekort niet wordt gereageerd met de methode-Churchill maar met die van Chamberlain."

"In theorie beamen de meeste maatschappijdeskundigen dat ideologieën eigenbelang in een net jasje plegen te kleden. Maar wee degene die bij een concrete ideologie het concrete eigenbelang aanwijst."

"Religie is de overtuiging dat het negatieve - domheid, slechtheid, onwetendheid, ongelukkig toeval,..., dus de oorzaken van lijden, onrecht en frustratie - uiteindelijk niet het laatste woord heeft, als gevolg van iets dat inherent is aan de orde van de wereld.
      Tegelijk stelt zij dat wat echt belangrijk is ook drááit om vragen van goed en kwaad. Wanneer we dat ruim verstaan: dat het belangrijke draait om goed en kwaad, om emotionele diepgang en articulatie, en om intelligentie - redelijkheid, kennis en kunde -, dan lijkt me dat een juiste stelling."

"Karl Marx en Thorstein Veblen zeiden echt nog dingen waarover veel mensen heel boos werden, maar dat werd steeds minder de gewoonte. Sinds vele decennia komt het nauwelijks meer voor dat een publicatie over sociologie iets verklaart op een wijze die duidelijk niet leuk is voor wat macht heeft in de samenleving."

"Conformisme is inertie van de ziel, veroorzaakt door angst of gebrek aan inspiratie."

"Wat mag niet van zijn plaats? (...)
a) Wat dacht je van een wereld van het recht, waar advocaten, reclasseerders, criminologen en rijken wier dure verdedigers mazen in de gecompliceerde wetten kunnen vinden, er belang bij hebben dat niet gezond verstand - waarheid, eenvoud, goed en kwaad - als enige factor aan de orde is?
b) Wat dacht je van de verzorgingsbureaucratie, die er alle belang bij heeft dat niet morele criteria van integriteit, zorgvuldigheid, huiswerk maken en correctie of wegselecteren van defecte genen nadruk krijgen?
c) Hoe staat het met de onderwijsbureaucratie die "back to basics" vreest boven alles - gewoon opletten, hard werken en duidelijke uitleg uit overzichtelijke boeken? Die ook vreest dat de problemen zich niet vermenigvuldigen, doordat ieder de schoolsoort volgt die bij zijn of haar kunnen past."

"De enige reden waarom ik tegen "permissiveness" ben is dat als je de wolven ontziet de schapen lijden."

"Wie zich liefdevol kan buigen over een mens in angst en pijn, of de warmte kan ervaren die uitgaat van wie een moeilijk offer brengt uit zorg of meegevoel, weet heel precies wat goed is en wat kwaad. Hij kan onmogelijk relativist zijn. Ja, hij kan niet nalaten het grootste wantrouwen te koesteren tegen wat sympathiseert met Kees Ouwens of Lyotard."

"Eerlijk gezegd: als bepaalde natuurwetten zo ontzagwekkend subtiel kunnen zijn als we in de quantummechanica en relativiteitstheorie bij veelvuldige herhaling waarnemen, dan heeft dat toch wel een "onverwachte" consequentie. Namelijk deze dat het opmerkelijk zou zijn als al dat onvoorstelbaar indrukwekkende subtiele nu juist precies het allerbelangrijkste in de wereld zou hebben nagelaten: het geven van een even onvoorstelbaar indrukwekkend antwoord op het lijden en het onrecht onder levende wezens. Niemand die de natuur grondig heeft bestudeerd kan volhouden dat zoiets "te moeilijk en te ingewikkeld" zou zijn voor haar wetten."

"Onze pseudo-oppositie meent dat niet genen, waarden en inspanning het verschil bepalen tussen sociale klassen, maar "ongelijke kansen". Inderdaad was dit vroeger maar al te waar (en is het dat nog steeds in vele ontwikkelingslanden)."

"Een overheid die waarheidsvinding, het ethisch rechtvaardige en eenvoud in het recht opoffert aan vormen, "rechten" e.d. die deze frustreren, is onbetrouwbaar als steun en als bron van gezag."

"Niets maakt mij zozeer tot rationalisme en determinisme geneigd als de tragedie: ik geloof niet dat de wereld dobbelt met het lot van de mens."

"Je spreekt over het gemeenschappelijke dat is bevat in het typische werk van Mondriaan, Joyce, Pinter, Derrida en Rauschenberg. Zou je dat eens kunnen omschrijven?" (Vraag van Dirk Bakkes.)
Deel van het antwoord:
"Ja, zo nodig in één woord: incoherentie. Dat werk wordt gekarakteriseerd door het feit dat het niet appelleert aan enige belangrijke orde in het menselijk bestaan - in 's mensen rede, gevoelens of geweten, dus aan iets dat het moment en de oppervlakte overstijgt. (...) Maar het is erger. (...) Het wezenlijk vernietigende voor de meeste "moderne" kunst is dat ze zelfs niet de bedóeling heeft te ontroeren of intense emotionele, morele of intellectuele Aha-Erlebnisse op te wekken. Om iets emotioneels, moreels of intellectueels van belang nader tot een oplossing, tot ontroerende concentratie of tot katharsis te brengen, of om de mens te verheffen. Integendeel. Ze suggereert dat oplossingen niet bestáán. Schönberg zei het openlijk: "Niets wat met een bedoeling gedaan wordt, kan kunst zijn". Nee, zíjn soort kunst niet..."

"Wat het voorgaande nog bedreigender maakt, is dat de meeste "onbespreekbaarheden" - op zichzelf dus een zwaktebod - zonder veel omwegen beogen, het kwade of zijn bronnen in bescherming te nemen. Denk aan taboes op verplicht afkicken, op law and order, op leugendetectors, op de termen dom en lui in het onderwijs, op aandacht voor genetische oorzaken versus sociale, op eugenetica, op het afschaffen van elk recht van beklaagden behalve bescherming tegen onwaarheden en onevenredige staffen,..."

"Immers, alles wat te kwader trouw, beneden de maat, gebaat bij troebel water of alleen maar niet consciëntieus en welwillend is, wenst een ontsnappingsweg en wil niet door meting, argumenten of een objectieve (rationele) moraal in gebreke kunnen worden gesteld of erdoor van oneerlijk "concurrentievoordeel" worden beroofd. Daarom heet de rationele, technologische en moreel objectivistische denkwijze de "menselijke vrijheid" aan te tasten of "dictatoriaal" te zijn. Men eist openlijk het recht om naar redelijke en rationeel-morele maatstaven ongelijk te hebben. Hier is een raakpunt met het nazisme.
      Waar men zich in mijn werk aan stoort is niet dat de argumentatie niet zou kloppen, maar juist precies het tegendeel: dat zij zo duidelijk en onontkoombaar is dat ze geen enkele ontsnappingsweg meer toelaat dan domweg de geldigheid van de rede en een rationele moraal zélf te ontkennen. Dát is het dan ook wat degenen doen die het verwijt uiten van "zwart-wit-denken" en "overschatting van de rede", daarmee respectievelijk moraal en intelligentie relativerend. Kenmerkend is dat zij daarna op de concrete problemen, feiten en argumenten zélf niet meer ingaan."

"Blijkens opinie-onderzoek vindt de helft van de Nederlanders dat er in ons land te veel buitenlanders zijn (De Telegraaf, 29 en 30-12-95). Dit ondanks alle officiële propaganda. O.m. oud-premier Drees keurde eerder gezinshereniging van buitenlandse arbeiders scherp af en beval hun terugzending aan (NRC Handelsblad, 9-10-82). (...) Houd volksstemmingen over toelating en eventuele uitwijzing van buitenlanders en over de vraag of het terecht is dat de Nederlandse regering, na met nogal bloedige gevolgen de regel "Eigen volk eerst" te hebben toegepast in Srebrenica, tegelijk het zelfs maar uitspreken van deze slogan min of meer verbiedt."

"(...) de stelling: "Het optimaliseren van geluk is gewenst, maar verder dan dit is er niets waarvan men de gewenstheid via redelijke argumentatie zelfs maar plausibel kan maken." Daarmee is het dogmatisch gehalte van de optimaliseer-het-geluk-moraal gereduceerd tot het dogmatisch gehalte van de stelling van Pythagoras, die ook via logische argumentatie kan worden afgeleid. Tegelijk blijken alle andere ethieken buiten staat om zich redelijk te legitimeren en worden ze daarmee teruggebracht tot pure dogma's."

"Je kunt bovendien zeggen: in ons bestel wordt "het menselijk tekort" veelal zorgvuldig ontzien, en in dit kader worden zowel vetogroepen en liegende politici als verslaafden en criminelen met zeer zachte hand aangepakt."

"In de huidige situatie is het selectie-systeem voor leiders zo weinig meritocratisch én zo weinig democratisch dat blijkens enquêtes de kiezers weinig respect hebben voor de politieke (...) elites. Nog slechts 12% van de Amerikanen vond dat verkiezingen iets uitmaken..."


Wetenschap als bevrijding besluit met een zeventien pagina's tellende persiflage op onze huidige orthodoxie (De goochelaars en de kasteelheren), die we illustreren met twee enigermate afzonderlijk leesbare passages.

"Hou nu eens op, hoor ik u zeggen: we zouden het hebben over de goochelaars en daar heb ik er nog geen één van gezien.
      Precies, dat is het nou waar u al eeuwen mee zit: u ziét niks!
      Professor Foucault deelde u mee: "De Heerschappij van het Zelfde, dat zo moeilijk onder woorden kan worden gebracht, veegt in zijn taal de verschillen tussen de tekenen uit." (De woorden en de dingen, 1973, p. 71.)
      "Om Mani Padme Hum." Inderdaad. De eerbied voor Foucault was zo groot dat al zijn boeken in het Nederlands werden vertaald. De Heerschappij van het Zelfde. Ja, dáár ging het om in het leven! Daar kwam je niet onderuit. Toegegeven, het valt moeilijk onder woorden te brengen. Maar gelukkig zíjn er veel woorden... En Foucault gebruikte ze bijna allemaal.
      Professor Lyotard vertrouwde ons toe: "Men moet Marx niet kritiseren, en zelfs als we hem kritiseren moet u begrijpen dat het absoluut geen kritiek is: we zeiden al herhaaldelijk dat wij ons niet bezighouden met kritiek, omdat dat betekent dat, op het vlak van het bekritiseerde, men in een dogmatische, en dus paranoïde, relatie tot kennis blijft." (Ökonomie des Wunsches, 1984, p. 145.)
      Van iets héél bijzonders maakt P.C. Hooftprijswinnaar K. Schippers ons deelachtig. Hij is zo blij als hij "een leeg moment" ontdekt op een schilderij: "Ik doe zo'n ontdekking en ik ben gelukkig. Dan ga ik schrijven. Dat is groots werk..." (NRC Handelsblad, 24-5-96.)
      U ziet natuurlijk nóg niks. Uiteraard niet. U zag ook niks toen Remco Campert Amsterdam een "klein Chili" (onder Pinochet) vond toen verslaafde huizendief Hans Kok doodging in een politiecel. En u ziet niets als Gerrit Krol praat en praat en praat over hele eeuwen van lege momenten en de meneren Kouwenaar, Ouwens, Lucebert enzovoort de woorden voor hun rijtjes die bekroond worden gewoon halen uit de Enkhuizer Almanak.
      U had niets in de gaten toen al die rappe jongens die je niks wijs hoeft te maken - die Joop van Tijns en Rudi Kousbroeks en professor Pens en Henk Hoflands en ga maar door - hun grote monden lieten openvallen van ontzag voor Piet Mondriaan en "Who is afraid of red, yellow and blue?". Of als ze net hun neus moesten snuiten als ze hadden kunnen laten zien dat ze over Professor Foucault of Professor Lyotard of dat lege moment niet alles geloofden wat iedereen zei."

* * *
"Toch is het een beetje raar met die onderwijskundigen. Eerst zeiden ze dat de domme en de luie en de moeilijk opvoedbare kinderen allemaal naar dezelfde school moesten omdat er geen domme en luie kinderen bestaan en omdat het zo goed was voor de arbeiderskinderen. Toen de scholen ermee verstopt raakten zeiden ze dat de domme en de luie en de onbeschofte kinderen allemaal naar één school moesten omdat dat dan een BETERE SCHOOL werd. En toen niemand meer wist wat een redeneersom, lijdend voorwerp of Karel de Grote was, zeiden de onderwijskundigen dat de school een leerhuis moest worden omdat klassikaal lesgeven slecht was. En in Amerika zeiden de onderwijskundigen weer iets anders, maar 't kwam er wel altijd op neer dat je weinig huiswerk en erg veel problemen had. Met domme en luie en onbeschofte kinderen die allemaal veel zorg en liefde nodig hebben die de onderwijskundigen heel graag geven.
      Ze vinden ook dat kennis snel veroudert en j'op school moet leren leren, over aanpassing en samen zitten in de kring...
      En dan de criminologen. Die goochelen van alle goochelaars het hardst. Ze zijn veel bezig met regeltje zes en regeltje acht en de andere regeltjes. Die gaan meestel over wanneer u of de Officier of de politie niet mag kijken. Niet naar de boeven, weet u nog wel. Ja, wél naar een leeg moment natuurlijk, en of de lakens in de cel wel écht schoon zijn... Dealers en boksbeugel-typetjes zijn eigenlijk net als wij en strenge straffen helpen geen zier. Want de boksbeugel-typetjes en de luie en de ijverige kinderen en wit en zwart en onder en boven..., ik hoef het u niet meer te vertellen. En de magiërs voeren wél, want er kwamen steeds meer dealers en boksbeugel-typetjes bij."


Waarschuwing: ga niet naar de site over The Scientifization of Culture en blijf uit de buurt van Wetenschap als bevrijding als uw lichamelijke of vooral geestelijke gezondheid zwak is en u - een allerminst zeldzame coïncidentie! - bovendien denkt in termen van "vervreemding", "inter-subjectiviteit", "taalspelen", "de mens als toegang tot het Zijn", "kansarmen", "de randjongere als Unieke, Onherleidbare Existentie" en andere hot items uit het Rode Boekje van vandaag.
      U kunt namelijk niet zomaar flip-flop afkicken van de gangbare orthodoxie, zonder uw diagnose te begrijpen die hier nog in korte schets volgt.
"De oppervlakte is het diepste wat er bestaat."
"Alles is even belangrijk."
"Het is een misverstand, te menen dat literatuur gedachten of gevoelens tot uitdrukking zou moeten brengen."
"Er bestaan geen onbelangrijke mensen."
"Het leven heeft geen diepgang."
      Het zijn niet slechts de Leo Vromans, de Harry Mulischen, de K. Schippersen en de Maarten 't Harts die hier aan het woord zijn. Het gaat om het manifest van een lévensbeschouwing. Van de heersende orthodoxie onder moderne (half-)intellectuelen wier status, zelfrespect en vaak ook inkomen afhangen van de mate waarin zij meedoen en aanvaard worden in een sociaal spel.
      Een verfijnd en subtiel spel, dat wel. In het spelen ervan zijn Schippers, Mulisch, Grijs en de anderen van het wereldje inderdaad kunstenaars. Qua taalgebruik en onderwerpen voelen ze wat de markt vraagt. Ze doen daarin niet onder voor politici of de schrijvers in de Margriet van weleer, ook al omdat ze de smaak delen van Doctorandus Modaal. En - nog belangrijker voor de publiciteit - dat bedoelde gebrek aan diepgang en die ongeneigdheid, gedachten of gevoelens tot uitdrukking te brengen, maken hun ongevaarlijkheid tot paspoort voor elke in-crowd en wat verder is gevestigd en tegelijk moreel van twijfelachtig niveau.
      Pagina na pagina vullen ze met amusant gebabbel over niets - amusant althans voor wiens buik voller is dan zijn hoofd. Laat mij dit illustreren. Wat dacht u van het volgende product van Rutger Kopland:

Jonge Sla

Alles kan ik verdragen,
het verdorren van bonen,
stervende bloemen, het hoekje
aardappelen kan ik met droge ogen
zien rooien, daar ben ik
werkelijk hard in.

Maar jonge sla in september,
net geplant, slap nog,
in vochtige bedjes, nee.

NRC Handelsblad van 17-1-97 wijdt er een volle en tegelijk lege pagina aan hoe de auteur in Oost-Europa doceerde over dit soort "werk" en hoe Poolse studenten het enthousiast vertaalden...
      Of luister naar Judith Herzberg, in 1997 met de PC Hooftprijs bekroond, van wie NRC Handelsblad (13-3-97) het volgende uit haar Dagresten als exemplarisch citeerde:

Katten houden niet van koffers

Een koffer opent;
op de geur van iets
dat gaat gebeuren

Liefst liepen zij
er niet vlak langs
maar angst voor omvang
maakt aanhalig

Afscheid vermijden zij
door zelf de wijk te nemen

Pijn kennen ze,
niet het verstrijken,
die tegenstrijdigheid

Lees tenslotte dit stukje proza van Hugo Claus, uit zijn De geruchten, opnieuw beleefd aanbevelend ingekaderd door NRC Handelsblad, nu op 18-10-96:

"Ondertussen wordt door mensen van ons soort met innige deelneming en oprechte rouw gesproken over Michel Pesseroy, dertig jaar oud, die gestorven is, luister goed, niet aan het feit dat hij in geen week naar achter kon gaan, maar aan het blauw zweet dat uit zijn voorhoofd en kaken gutste, aan de blauwe gal die hij in vlokken uitspuwde, en Michel kreeg dat blauw niet meer weg. Wassen en schrobben? Vergeet het maar. Dokter Vermeulen probeerde het met ether weg te wassen, zij hebben die jongen gezouten purgeermiddelen gegeven, niets hielp en Michel zei tegen zijn vrouwtje: `Andrea, ik zou wel gaan tennissen, kwestie van lichaamsbeweging.' Ge ziet van hier, in de club werd niet weinig gelachen, een blauwe tennisspeler, en Michel serveert waarbij hij zijn eigen uiteraard uitrekt en zijn hart scheurt glad in tweeën."

Wanneer dit alles en wat ons vanuit de culturele pagina's van NRC Handelsblad, de Volkskrant, Vrij Nederland enzovoort onafgebroken tegemoetkomt, normaal onbenul was, ten hoogste totems belichamend waaraan alledaagse geesten elkaar herkennen in de kring van het sociaal-culturele status-spel, dan kon men zijn schouders ophalen. Maar er moet meer aan de hand zijn, zeker als men de beide gedichten en het stuk proza beziet in het licht van de vijf citaten en van het ontbreken van publieke kritiek of een bevrijdende schaterlach. Het is geen gewóón onbenul, het is bestudeerd onbenul. Zó nadrukkelijk dat het bevreemdt dat geen sterveling de vraag stelt die zich opdringt: "waaróm worden we hier in het ootje genomen"; welke onbewuste bedoeling, tendens, steekt er achter dat al decennia-lang afficheren van alledaagsheid en die gewíldheid van het onbenul?
      Het gaat om een - op zichzelf intuïtief knap "gecomponeerde" - integratie van:
1. amusement voor het snobistische gevoelsmatige vedergewicht;
2. cultuur op een koopje, waarbij de oppervlakte inderdaad het diepste is wat er bestaat, en het zelfgevoel van de simpele geest wordt gestreeld door een apotheose van zijn eigen denk- en leefwereld, die het alledaagse en incidentele tot Kunst revalueert (experts: Campert, Carmiggelt, Buddingh', Krol, Grunberg, ...);
3. de behoefte van dát - niet gering - deel van ons establishment dat zich handhaaft via in-crowd-relatiocratie, ideologische manipulatie, imago-opbouw en vergelijkbare irrationele reclametrucs. De betrokkenen hebben er - zoals eertijds de instigators van ópenlijke censuur - namelijk alle belang bij dat 's mensen intellectuele, morele en emotionele activiteiten en roerselen (voorzover onnodig voor de economie) zich inderdaad afspelen op het ongevaarlijk simpele niveau waarop de Koplands, Herzbergs en Clausen ze zo consistent en met het gezag van Kunst voeden. Op het niveau waarnaar ze evenzeer worden getrokken door de dat-had-ik-altijd-al-zo-gevoeld-filosofieën van de Mulischen, Sartres en Connie Palmens - die soms ook wel eens leiden tot niet onverdienstelijke literatuur - en het uit "lege momenten" gecomponeerde jargon waarmee de K. Schippersen iemand het gevoel geven op de hoogte te blijven met de Evenementen. Denk hier aan het Poetry- en Holland-Festival-syndroom van de geestelijke middenstander die er bij wil horen.
      Gisteren werd aandacht gebonden via theologische vragen zoals het aantal engelen dat kon dansen op de punt van een naald, of door het ceremonieel waarmee Lodewijk XIV zijn broek aantrok, vandaag wordt zij, met het gezag van Kunstenaarschap, gedraineerd door de hypothetische overwegingen waarmee uw kat om een koffer loopt.
      Zoals de orthodoxieën van weleer heeft ook de eredienst van het alledaagse en de non-substantie zijn clerus of Kalifaat. Rudi Fuchs en Harry Mulisch komen met Hillary Clinton op het Journaal, alsof ook hun woorden over Castro, Mao of Uncle Joe nooit zijn geuit. De oppervlakte is immers het diepste wat er bestaat... Het geeft hun impliciete boodschap nog extra gewicht.
      Toch gaan onze goochelaars-met-de-geest soms verder onderhuids. Als bijvoorbeeld wordt voorgesteld zwakbegaafden te integreren in het reguliere onderwijs of de onderklasse "onaangepast aan sociale afspraken" heet in plaats van genetische minvariant, dan uit en pousseert men impliciet verachting voor menselijke kwaliteit en voor het verschil tussen goed en kwaad überhaupt. Een ideologie ook die niet slechts het belang dient van de kansarmenindustrie, maar evenzeer de ondermijning van vitaal streven omhoog - ofwel het conservatief instinct van elke frauduleuze elite.
      Erger dan het voorgaande, bij het sociaal gepousseerde en tot cultus gehypertrofieerde gewauwel van de Koplands, Herzbergs, Clausen en Schippersen, is het verraad dat het betekent aan hen wier littekens hun levensernst verdiepten en voor wie een blik naar de sterren de stem van de evolutie vertaalt: "Zeg hen dat wij op weg zijn".
      Overigens: dat nihilistisch lak hebben aan de grote oorzaken van lijden en onrecht is veel algemener een wezenlijke achtergrond van een geheel complex van verschijnselen:
(1) de endemische inhoudloosheid waarover we spraken;
(2) weerstanden tegen het toepassen van leugendetectors op groepen openbare personen, waardoor nu kwaadwilligen worden beschermd;
(3) het in stand houden van velerlei "rechten van beklaagden" met negatieve consequenties voor het vinden van de ware toedracht en dus voor de bescherming van slachtoffers; zelfs morele afgronden bij de "privacy"-cultus als het niet toelaten van DNA-tests op mogelijke verkrachters werden hier niet gemeden;
(4) bezwaren tegen het verplicht afkicken van verslaafden, waardoor massale overlast en verloedering worden gesauveerd;
(5) het taboeïseren van eugenetica, waardoor niet alleen habituele leedveroorzakers massaal worden gereproduceerd, maar ook de nihilistische suggestie wordt gewekt dat ondanks hun min-kwaliteiten hun bestaan niet wezenlijk betreurenswaardig is;
(6) het moreel relativisme dat in filosofie en sociale wetenschappen de toon aangeeft;
(7) het feit dat, wanneer sprake is van een gewenst "ethisch reveil", voorstanders als oud-premier Van Agt (onder meer in een radio-interview op 31-5-97) denken aan plas-seks-posters, draagmoederschap en het werpen van plastic bekertjes uit het autoraam, in plaats van aan zaken zoals aangegeven onder (1) - (6), aan overtrokken optie-regelingen in het bedrijfsleven, aan kartel-afspraken, aan gouden handdrukken en aan vetogroepen. Deze situatie tekent een staat van - ook nu weer belangen-beschermend - moreel onbenul bij ons establishment die volledig correspondeert met wat we over Kopland en zijn soortgenoten bespraken op het vlak van de literatuur.

Tenslotte: wanneer u van de laatste alinea's meer dan een vleugje navoelt, bent u inderdaad toe aan het afkicken waarvan sprake was na onze Waarschuwing boven. Wellicht begint u zelfs te begrijpen dat taboes - over immigratie, eugenetica, de aanpak van verslaafden en eertijds de seksualiteit - niet zelden beogen, kwalijke trucs van de macht tegen redelijke discussie of bevrijdende gevoelservaringen af te schermen.


Day of Infamy

Op 6 mei 2002 werd Pim Fortuyn vermoord.

Een uur eerder las ik het hoofdartikel van NRC Handelsblad:

"Dezer dagen kan niet over samenleven en politieke keuzes worden nagedacht zonder daarin de figurant Pim Fortuyn te betrekken (...). Hij is geen eenduidige politicus, om het zacht uit te drukken. (...) Hij lijkt uit op verwarring en provocatie. Fortuyn wil de macht, als premier. (...) Toch dringen zich in de eerste week van mei beelden op die zich niet makkelijk laten uitwissen. Staat straks Fortuyn met een krans op de Dam, de man die de islam `achterlijk' vindt en mensen uit Marokko en Turkije niet behorend tot `de moderniteit'? (...) Het is de trots van Nederland dat we hier juist niet de ene cultuur beter vinden dan de andere. (...) Dat we ons hier de xenofoben en racisten van het lijf wensen te houden. Het is een grote schande dat we zestig jaar na dato een politicus in ons midden daaraan moeten herinneren."

Laat ik míjn trots toevoegen: xenofoob en racist te zijn in de zin waarin NRC Handelsblad en onze "progressieven" dat verstaan. Ik vind mensen en culturen verre van gelijkwaardig, en constateer dat de wetenschap verschillende gemiddelde IQ's vond bij diverse rassen, en bovendien dat intelligentie grotendeels erfelijk is. Ook zie ik over de continenten consistent uiteenlopende prestaties van anders-geaarde volken. Maar ik verfoei het reële racisme dat mensen ziet als deel van een groep in plaats van hen te beoordelen op grond van hun individuele karakter en kwaliteiten. Positieve en negatieve discriminatie, dát is racisme.


Intelligentsia

Uit één enkel Cultureel Supplement van NRC Handelsblad (26 april 2002):

p.19 [Cornel Bierens, over het wezen van het kwaad]: "Niemand zou gebaat zijn bij een terugkeer naar het paradijs."

p.21 [H.J.A. Hofland]: "Al eerder hadden Picasso en Braque het hunne gedaan om het publiek een nieuwe manier van kijken bij te brengen. Marcel Duchamp heeft in 1913 met zijn fietswiel op een krukje een revolutie ontketend waar we nog niet overheen zijn."

p.22: "Rileys recente schilderijen zijn opgebouwd uit dubbele curven in kleurparen. Het zijn zich steeds herhalende curven en restvormen die zich in een vloeiend ritme voortbewegen. (...) Sommigen ervaren de kleurenexplosies en optische effecten in het werk van Riley als agressief. Riley omschrijft het als een kolossale energie. Haar werk is 'high-voltage'."

p.23: "...en wees hij [kleinzoon Stephen Joyce] het verzoek van een jonge Ierse componist af om de regels [van James Joyce] 'As we there ar where are we are we there from tomittot to teetootom-totalitarian. Tea tea too oo' in een koorzang te gebruiken."

p.23: "Schrijven is grappen" [kop]

p. 25: "De emoties in de ban [kop boven artikel over de VSB-poëzieprijs]
De vijf genomineerde dichters verklaren de ontroering de oorlog."

p.25: "De opmars van de souteneur in de rap
Daar komen de pimps [kop; aanhef daaronder:]
Steeds vaker duikt de pooier op in songs en videoclips. Hij is de zwarte variant op onze Vos Reinaerde.
[Eerste zin waar mijn oog op valt:] Verbaal vertoon is het enige instrument van de pooier."
      Beide onderwerpen van p.25 vullen elk een halve pagina.

Uit NRC Handelsblad, 10 november 2000:

p.33 [Jan Wolkers over Remco Campert]:

"Zoals hij [Remco Campert] zelf zegt in een gedicht:

Ik wil wel graven
Naar poëzie, maar niet
Te diep. Je weet
Hoe ik dichter ben
Bij de gratie van
Aardoppervlak."

De Kerk vond een modus tussen de behoeften van de machtigen en die van het volk. Nú vond men er een tussen de censor en het "denkende" deel der natie: speel met pretentieuze non-informatie een spel om status. Wie zei het ook alweer: "De oppervlakte is het diepste wat er bestaat"? Zo verhieven ijdele nietszeggers fietswielen tot revolutie. De revolutionairen glorieerden; de censor glimlachte...
      En iedereen is tevreden, want natuurlijk is er bij ons een gezellige vrijheid van denken. Toch, nadat - puur toevallig - een man werd vermoord die ook zei wat hij dacht, stonden nog weken later de wachtenden een uur in de rij voor zijn graf.


Reageer! Bezoek onze Discussie-pagina



Return to Mainpage

Access count: