Hoe links tot rechts werd – en iedereen zijn visie verloor

Wim Rietdijk



Het gaat nog steeds om de tegenstelling tussen enerzijds ratio en openheid en anderzijds gevestigd belang; die was meer verhuld in de twintigste eeuw dan in de achttiende

De onlang overleden Hendrik Jan Schoo heeft eens gezegd dat omstreeks 1970 links en rechts feitelijk van plaats hebben gewisseld. (Dit geldt zeker wat betreft beider opstelling tegenover de vooruitgangsgedachte, menselijke kwaliteiten en prestaties, en niet bepaald vooroplopende religies.) Het feit op zichzelf is al erg, maar nog veel erger is dat behalve Schoo bijna niemand, ook onder intellectuelen, het in de gaten had.
        De historicus Carroll Quigley had overigens al eerder beschreven hoe het meer algemeen nogal eens gebeurde dat bewegingen of ontwikkelingen die als vooruitstrevend begonnen, later “institutionaliseerden” en conservatief werden omdat de “managers” van die bewegingen hun eigenbelang voorop stelden. Denk eens aan het christendom, de Franse en Russische revoluties en nu dan weer het socialisme. (Quigley noemt geen van deze voorbeelden – waarschijnlijk was hij zelf ook al te veel geïnstitutionaliseerd voor zo’n stellig aanstootgevende bewering.)
        Mijzelf lijkt de hieronder volgende samenvatting de kern te leveren van de tegenstelling tussen vooruitstrevend en rechts-conservatief, terwijl ze ons tegelijk weer een visie geeft op de geschiedenis. Een visie die haast iedereen verloor in de verwarring tussen links en rechts die Schoo al impliceerde.
        Ik ga uit van de heldere antithese tussen de Verlichting en haar tegenstanders – vooral adel en geestelijkheid – die in de achttiende en negentiende eeuw bestond. De eerste stelde de rede en open discussie voorop, en de laatsten hadden van zo’n primaat om duidelijke redenen veel te vrezen voor hun macht en privileges. Mijn eigen theoretische bijdrage behelst in het kort wat hieronder volgt. Voor een uitgebreider versie zie men mijn website www.scientifizationofculture.com. Hier dan een schets:

In de genoemde periode van de Verlichting keerden adel en kerk zich nog openlijk
tegen het primaat van rede en vrije discussie. Echter, in onze democratische en meer rationele 20e en 21e eeuwen valt dat niet meer te verkopen en kwamen diverse ideologische, indirecte bestrijdingsmethoden voorop te staan, hoewel het fascisme inderdaad nog een openlijke verwerping van de Verlichting behelsde. Heden ten dage veel belangrijker zijn echter de verhulde ondermijningen en relativeringen van rede, rationele waarden en vrije discussie, welke die van de oude anti-Verlichters historisch opvolgden. Het is ook vrijwel taboe om de geestelijke manipulatie in kwestie openlijk aan de orde te stellen, zoals beneden duidelijker wordt. Het onderwerp heet ook wel “te ver gezocht” of “te moeilijk”. Toch zijn we hiermee wel gekomen bij de in moderne landen momenteel belangrijkste vorm van censuur en van frustratie van de openheid die de Verlichters nastreefden. Doodzwijgen hoort daar onder meer bij. (Geloof maar niet dat de Hoflands, Heldrings en Volkskranten bijvoorbeeld op dit artikel zullen ingaan.) Hier geven we eerst een aantal concrete voorbeelden van de “indirecte methode”, van ideologische varianten van hoe men na de hoogtij van adel en clerus de rede verhuld bestrijdt of relativeert.


Conservatieve, anti-rationele ideeën en expressies die nu merendeels progressief heten

1) Het filosofische relativisme zelf, onder meer in de vorm van postmodernisme en subjectivistisch denken. Als waarheid en moraal betrekkelijk zijn, vervalt in feite het belang van rationele argumentatie überhaupt. Alles hangt immers tóch af van “uitgangspunten” of persoonlijke voorkeuren!

2) Zogeheten moderne of abstracte, incoherente
kunst: onder is niet meer onder en boven niet meer boven; alles wordt interpretatie of impressie.

3) De ont-intellectualisering van het onderwijs sinds de vele “progressieve” hervormingen, die alle neerkomen op “Steeds minder leren” (titel van een boek), dus op een nu inderdaad meer indirecte vorm van het eertijdse dom houden van de massa.

4) De traditionele seksuele taboes die – zoals ook in mijn genoemde website uitvoeriger wordt besproken – neerkomen op een frustratie van de vrijhandel in gevoelens
zoals “gewone” censuur zich keerde tegen de vrijhandel in gedachten.

5) Verder past het (niet-religieuze) antisemitisme in deze rij: sinds ongeveer midden 19e eeuw treden immers onevenredig vele Joden op als voorvechters van onconventionele en volgens conservatieven “ontwortelende” ideeën. Denk aan psychologie, natuurkunde, politiek, film, bankwezen,… Dat wekt dus weer anti-verlichte weerstanden.

6) Een “softe” houding tegenover anti- of onverlichte culturen waarin irrationaliteit en een sterk accent op de groep tegenover rede, vrijheid en individualiteit opvallen. Een “neutrale” opstelling inzake het Israëlisch-Palestijnse conflict vormt hier een voorbeeld.

7) Het egalitarisme: als de ene mens niet wezenlijk waardevoller heet dan de andere, ondanks een hoger moreel en/of ander kwaliteitsniveau, dan relativeert men in feite de begrippen moraal en kwaliteit zélf zodanig dat zelfs ook het ideaal van vooruitgang problematisch wordt, waarmee de status quo vérgaand wordt “beschermd”.

Merk hier op hoe, in overeenstemming met de gedachte van Schoo over links en rechts, sympathie voor de tendensen genoemd onder 1), 2), 3), 6) en 7) vooral is te vinden bij “progressieven”, die
momenteel dus in hoge mate anti-verlichte standpunten vertegenwoordigen.
        Wanneer we ons bewust worden van de moderne gedaanten waarin de anti-Verlichting ofwel rechts zich voordoet, in plaats van de verschijnselen genoemd onder 1) – 7) als losse “incidenten” te zien, dan hebben we tegelijk weer onze visie terug in de vorm van een ondubbelzinnig en coherent stáán voor de verlichte evolutie in de geschiedenis, rondom een historisch toenemende rationaliteit (ook van het waardenstelsel) en openheid. Deze worden dan anderzijds indirect-verhuld bestreden door wat we nu opnieuw herkennen als het oude conservatisme, maar waarin pseudo-links nu een veel prominenter rol speelt dan bijvoorbeeld de Burke-stichting. [Denk dus weer aan de punten 1) – 3), 6) en 7) boven.]
        Het vorige maakt duidelijk dat we vanuit een hervonden coherent linkse visie
het politiek correcte en “progressieve” ideeëncomplex voortaan dienen te bestrijden, niet omdat die ideeën “uitwassen” zouden zijn van Verlichting en vooruitgangsfilosofie (en bijvoorbeeld een zogenaamd niet bestaande “maakbaarheid” veronderstellen), maar omdat ze anti-verlicht en strijdig met de vooruitgangsgedachte zijn.
        Tot zover mijn theoretische bijdrage.


Hoe inzake immigratie, woningbouw, misdaad en onderwijs de essenties worden verdrongen of getaboeïseerd

Ik kom nu tot een aantal concrete manifestaties van anti-rationele, de open discussie belemmerende taboes, verdringingen en ideologisch manipulaties zoals we die zien in het tegenwoordige politiek-maatschappelijke denken. Dat wil zeggen, tot de verhulde censuur van vandaag. Die taboes en censuur komen er veelvuldig op neer dat van diverse problemen de kern van de zaak wordt verdrongen of doodgezwegen. Een aantal voorbeelden:

1) Immigratie
: In hun boek IQ and the Wealth of Nations (2002) geven R. Lynn en T. Vanhanen belangrijke – op het internet samengevatte – onderzoeksresultaten, waaronder dit dat in Afrika en het Midden-Oosten het gemiddelde (en grotendeels genetisch bepaalde) IQ van de bevolking 85 of minder bedraagt. Uit deze gebieden betrekt West-Europa zijn meeste immigranten. Onder volstrekte negering van deze kernfeiten wil men nu door het afbreken van woningen “prachtwijken” maken van onderklasse-concentraties en blijft men zoeken naar “sociale oorzaken” van waarom Derde-Wereld immigrantenkinderen zoveel problemen geven op school.

2) Woningschaarste
: 85 % van onze grond is nog onbebouwd, en tegelijk kosten in Duitsland en België woningen bijna de helft minder dan hier. Omdat diverse bureaucratische, financiële en milieu-ideologische belangen de open discussie over deze essentiële zaken frustreren, wordt hierover ook in het parlement gezwegen. Dit in plaats van dat men nieuwe bestemmingsplannen maakt die van die 85 % nog eens 3 % toewijzen aan woningbouw, procedures afkijkt van de oosterburen en vervolgens Duitse en Belgische bouwers 100.000 woningen per jaar extra laat bouwen op de 3 % grond in kwestie, tegen in hun landen gangbare prijzen (zodat de bouwproductie weer het volume van 160.000 bereikt dat ze eens haalde). Overigens beletten soortgelijke belangen en taboes ons blijkbaar om in het buitenland te vergelijken hoe men daar qua immigratie, gezondheidszorg of misdaadbestrijding soms veel betere resultaten bereikt dan wij. (België bijvoorbeeld qua gezondheidszorg, Noordrijnland-Westfalen wat betreft het oplossen van misdrijven en Denemarken inzake immigratie.)

3) Misdaadbestrijding
: De Amerikaan Marvin Wolfgang vond dat verreweg de meeste zware misdaden voor rekening komen van veelplegers, die er gemiddeld 25 in hun leven begaan. Ten behoeve van welke belanghebbenden nu wordt de hieruit evident volgende conclusie verdrongen dat, door criminelen na hun derde zware vergrijp nooit meer vrij te laten, de zware misdaad drastisch kan worden gereduceerd? Waarom worden ook niet – mede gelet op het feit dat blijkens enquêtes de meeste Nederlanders graag privacy offeren voor veiligheid – “rechten van beklaagden” opgeheven die de waarheidsvinding bemoeilijken? Waarom ondervraagt justitie verder niet al diegenen van wie zij vermoedt dat ze door Willem Holleeder werden afgeperst met behulp van leugendetectors? Besef hier dat deze, aldus op een hele groep toegepast, een veel geringer foutenmarge opleveren ten aanzien van de vermoede afpersingen dan de bekende 15 % bij toepassing op één individu!

4) Onderwijs
: Op grond van welke belangen, of in ideologie of bureaucratie gewortelde taboes en verdringingen, stelt geen enkele parlementariër voor, alle hervormingen van na 1960 terug te draaien (op kleine technische details na)? Ja, waarom stelt vrijwel niemand voor, terug te keren naar de basisbeginselen, in casu (a) leren uit systematische boeken die de gehele examenstof bevatten en worden uitgelegd door een docent, en (b) breken met grootschalige scholen, frequent vergaderen, groepswerk en het tijdrovende zelf ontdekken van Napoleon en de stelling van Pythagoras? Waarom herstelt men niet stilte en discipline in de klas, waarbij de directeur achter de leraar staat, de inspecteur achter de directeur en de minister achter de inspecteur? Wie – denk aan de zoontjes van minister Plasterk – zich niet vijf uur per dag in stilte kan concentreren zoals vroeger en zoals Belgische leerlingen het blijkbaar kunnen, worde uienpeller.


Enkele conclusies

De gedachtengang van dit artikel heeft belangrijke voordelen:

* het verklaren van vele zaken – van sekstaboes tot anti-semitisme en moderne kunst – vanuit één gezichtspunt: de deels onbewuste strijd tussen authentiek links en rechts,

* het herstel van een coherente vooruitstrevende visie,

* het geven van een aanpak voor diverse essentiële praktische problemen,

* het globaal verklaren vanuit anti-verlichte ideeën en belangen waarom het voorgaande ondanks de logica ervan niet werd beseft en/of toegepast, en buiten de discussie bleef.

De conclusie is onder meer dat taboes, verdringingen en ideologische manipulatie – evenals censuur in de vorm van doodzwijgen – precies als vroeger nog bestaan, alleen in een geraffineerder, meer verhulde vorm.
        Mijn vraag is verder of het niet van nut zou zijn als verschillende van onze sociologische (sub-)faculteiten – in plaats van voort te gaan zich bezig te houden met het “gezelschapsspel” als hoedanig Anton Zijderveld, Stanislav Andreski en I.L. Horowitz hun vak eerder omschreven – eens grondig onderzochten waarom zulke eenvoudige zaken als hier aan de orde gesteld, tot nu toe buiten het bestek vielen van sociale wetenschap en partijprogramma’s.
        Eén punt beveel ik die sociale faculteiten wel in het bijzonder als onderwerp van onderzoek aan, en dat is de kreet waarmee Pim Fortuyn en andere “radicalen” steeds weer worden geconfronteerd, namelijk dat hun voorstellen “niet uitvoerbaar zijn”. Men dient eens te bezien welke dan wel de “onuitvoerbaar makende factoren” in concreto zijn. Ik denk dat er niet veel meer zal worden gevonden dan de obstructie van tegenstanders. Want wat is praktisch-materieel
het onuitvoerbare of moeilijke wanneer men, als Denemarken, het aantal immigranten tot 9.000 per jaar beperkt, zware criminelen na hun derde misdrijf niet meer vrij laat, of Duitse woningbouw-regels en -procedures overneemt?
        De voornaamste boodschap echter die ik met dit stuk wil overbrengen is dat we stelling moeten nemen tegen Derde-wereld-immigratie, “progressieve” onderwijshervormingen, ver doorgevoerd egalitarisme (het niet onderscheiden van mensen naar kwaliteit), rechten van beklaagden die waarheidsvinding bemoeilijken, “moderne” incoherente kunst, “de Palestijnse zaak” en Mulisch’ anti-Verlichting-gerichte De Ontdekking van de Hemel
, niet omdat we rechts-nationalistisch of traditie-gebonden zijn, maar omdat we in de geest van de Verlichting de vooruitgang centraal stellen. Dáárom ook vinden écht progressieven de kwaliteiten en prestaties van mensen belangrijk en tevens het beschermen van slachtoffers tegen onverlaten. Dáárom, dus vanwege die verlichte visie, verafschuwen ze taboes en het doodzwijgen van de kern van problemen zoals de vier zoëven genoemde. We moeten uitgroeien boven de beperktheid van het eeuwige “meer geld” als diepste inzicht en oplossing en boven het geürm over WAO-reparaties, “kwetsbare” jongeren (lees: geestelijk-morele achterhoedes) en talrijke andere “achterstanders”. Zij vormen niet het hoofddoel van maatschappelijke bekommernis, zoals belanghebbende zorg-, verdelings- en andere bureaucraten ons willen doen geloven…
        De pseudo-progressieve stokpaarden die we noemden – van incoherente kunst en incoherent onderwijs tot relativisme en een soft misdaadbeleid – moeten worden bestreden om in wezen dezelfde redenen als waarom het oude rechts met zijn dogma’s, regenten en conventies moet worden bestreden. En wel omdat ze gevestigde belangen, oude denkgewoonten en meer algemeen anti-verlichte weerstanden in bescherming nemen tegen meer rationaliteit, kwaliteit en vooruitgang.



Dit stuk werd in oktober 2007 geweigerd door het weekblad Opinio, met de volgende motivering:


Geachte heer Rietdijk,

Heel hartelijk dank voor uw artikel Hoe links tot rechts werd
en uw interesse. Wij hebben het artikel gelezen, het bevat een aantal zeer interessante gedachten over de achterhaalde tegenstellingen tussen links en rechts, en hoe problemen in de huidige samenleving verdoezeld worden door hier te dogmatisch aan vast te houden. Helaas kunnen we het echter niet plaatsen in Opinio. Uw nadruk op de Verlichting als uitgangspunt en het rationalisme maakt het naar ons inzien te theoretisch.

Een ander punt dat ons niet overtuigde, is uw verwijzing naar de studie van Vanhanen e.d. over IQ and the wealth of Nations
– IQ is een uiterst complex begrip, en m.i. van beperkte waarde voor het voorspellen van de ontwikkeling van een land (veel entrepreneurs hebben bijvoorbeeld niet een uitzonderlijk hoog IQ) en verder ook verbonden met voeding en opleiding e.d. Alleen al het feit dat het IQ in Westerse landen zo snel stijgt de afgelopen decennia wijst er toch op dat de genetische component niet allesomvattend is? Economische ontwikkeling heeft vooral ook culturele, politieke en morele condities als voorwaarde. Belangrijker dan IQ als zodanig lijkt hoe mensen hun tijd en hersens leren gebruiken en leren samenwerken. Dat geld ook voor de allochtonen in onze achterstandswijken – hoewel ik met u eens ben dat de zoektocht naar louter “sociale” redenen voor hun achterstelling veel te beperkt is, en we in ieder geval de verdere import van een allochtone onderklasse moeten stoppen.

Jammer dat het voor ons niet geschikt is, maar in ieder geval veel dank voor het artikel en veel succes toegewenst.

Met vriendelijke groet, namens de redactie van Opinio

Diederik Boomsma


Reageer! Zie onze Discussiepagina



Return to Mainpage